Inkuilen van gras is een methode om ruwvoer te kunnen bewaren. Het is een conserveringsmethode, net als wekken, vriezen, drogen, zouten of inblikken. Het inkuilproces werkt op basis van zuurstofloosheid en verzuring. In een zuurstofloze omgeving hebben schimmels geen kans. En verzuring stopt het afbraakproces. Het gras kan zo met behoud van kwaliteit gedurende een lange tijd worden bewaard.

Op gras zitten van nature veel bacteriën, schimmels en gisten. Zodra het gras gemaaid wordt en het afsterven begint, doen al deze micro-organismen hun best om het gras af te breken. Hierbij groeit de ene bacteriesoort ten koste van de andere soort.

Twee belangrijke bacteriën in deze strijd zijn melkzuurbacteriën (de ‘goede’ soort) en de boterzuurbacteriën (de ‘slechte’ soort). Om het inkuilproces te laten slagen moeten de melkzuurbacteriën de overhand krijgen. Veehouders kunnen de uitgangspositie van melkzuurbacteriën verbeteren via het maaimoment, de veldperiode, door toepassen van een inkuilmiddel en door de inkuilmethode.

Melkzuurbacteriën

Melkzuurbacteriën houden niet van vocht en niet van zuurstof. Ze groeien op suiker. Hierbij produceren ze melkzuur. Door gras voor te drogen, stevig aan te rijden en luchtdicht af te sluiten zijn de groeiomstandigheden ideaal voor melkzuurbacteriën. Zodra deze bacteriën onder het kuilplastic de overhand krijgen, verzuurt de kuil. Afhankelijk van het drogestofgehalte stabiliseert deze bij pH-waarde tussen 4 en 5,5. De melkzuurbacteriën krijgen dan zelf last van de zure omgeving, waardoor hun activiteit stagneert. In een goed zuurstofdichte kuil is op dat moment een evenwichtssituatie ontstaan. Het bacterieleven komt tot stilstand en het gras is geconserveerd. 

Maaien

Voor de groei van melkzuurbacteriën is suiker nodig. Deze suiker zit in het gras. Suikerrijk gras conserveert dus gemakkelijk. Veehouders kunnen het suikergehalte in het kuilgras beïnvloeden via het maaimoment. Het is de kunst om zoveel mogelijk suiker in het gras te krijgen. Dit moment ligt veelal vlak voor het schieten van de aar. Hierdoor is het gras nog goed verteerbaar door de koe en zit er veel suiker en eiwit in de grasplant.

Veldperiode

Na het maaien van het gras begint het verlies van voederwaarde in het gras. Het daarom aan te raden om de veldperiode niet te lang te houden voor het inkuilen. Naarmate het gras droger wordt, verloopt ook de vertering van de celwanden moeilijker. Hierdoor kan de koe er uiteindelijk minder voederwaarde uithalen. De pensbacteriën zijn dan te lang bezig met de afbraak van deze celwanden. Bij een korte veldperiode blijft ook het suikeraandeel hoger in het gras. Dit komt ten gunste van het conserveringsproces.

Verliezen bij ruwvoerwinning

Aanrijden

Inkuilen is een methode om het gemaaide gras ‘vacuüm’ te bewaren. Door de kuil stevig aan te rijden wordt de zuurstof tussen het gras weggedrukt. Een plastic zorgt daarna voor de zuurstofdichte afdekking.

Droge kuilen (meer dan 45% drogestof) laten zich slecht aanrijden. Het gras is te veerkrachtig, waardoor er steeds zuurstof tussen kan komen. Dit geeft eerder schimmelvorming en broei. Het kuilgras krijgt een vieze smaak en de koe vreet dit dan slecht.

Door een kuil met een drogestofpercentage tussen de 30-35 procent, zal het aanrijden strakker uitgevoerd kunnen worden. Indien het mogelijk is, kan een tweede trekker op de kuil bijdragen om het gras vast aan te rijden. Zeker wanneer er een hoge aanvoersnelheid is zal dit een positief effect hebben op de conservering.

Afdekken

Wanneer het aanrijden klaar is kan de graskuil worden afgedekt. Het is  van belang om dit te doen met een zuurstofdichte onderfolie. Deze zal zich snel aan de kuil vastzuigen om geen zuurstofruimte tussen de folie en het gras te krijgen. Belangrijker nog is dat de onderfolie geen zuurstof meer doorlaat. Het is raadzaam om een onderfolie te kiezen met de hoogste zuurstofdichtheid.

Na de onderfolie kan het landbouwplastic op de kuil worden gelegd. Landbouwfolie beschermt de onderfolie tegen Uv-straling. Landbouwplastic met een witte zijde houdt meer warmte tegen dan zwarte landbouwplastic. Op kuilen waar direct zand op het landbouwplastic wordt gelegd is de scheurweerstand van landbouwplastic belangrijk. Er komt veel kracht op het landbouwplastic. Indien er geen zand op de kuil komt volstaat een standaard landbouwplastic met daarop beschermkleden. Deze kleden beschermen de kuil tegen weersinvloeden en ongedierte.

Conservering van de kuil

Als de graskuil eenmaal zuurstofdicht is afgesloten start het conserveringsproces. De kuil moet stabiel worden. Dit gebeurt door pH-daling. Hoe minder zuurstof er in de kuil zit, hoe eerder het gewenste pH wordt bereikt waarop melkzuurbacteriën aan de slag kunnen. Zij zullen de pH-daling voortzetten. Met veel melkzuurbacteriën zal dit proces snel verlopen en krijgen ongewenste bacteriën (zoals boterzuurbacteriën) geen kans. Wanneer de gewenste pH-waarde is bereikt zal de graskuil in een soort coma raken waardoor het goed kan conserveren. Het gras kan goed worden bewaard.

Een graskuil die onvoldoende suiker bevat in relatie tot het drogestofpercentage, zal – ook na een perfecte start – niet goed conserveren. De brandstoftank van de melkzuurbacteriën zal leeg zijn, voordat het gewenste pH is bereikt. Boterzuurbacteriën krijgen vervolgens de overhand. Hierbij wordt melkzuur omgezet in boterzuur. Het gevolg is een stijgende pH, actieve rottingsbacteriën en een uiteindelijk een mislukte kuil.

Lasagnekuilen

Melkveehouders die meerdere grassnedes over elkaar inkuilen zullen te maken krijgen met herintreding van zuurstof. Dit vindt plaats na het verwijderen van de onderfolie. Daarom is het raadzaam om dit op het laatste moment te doen. Dus vlak voor een nieuwe aanlevering van gras.

Soms wordt de graskuil eerst nog een aantal maal aangereden, voordat de eerste aanlevering van gras komt. Dit is niet aan te raden. Door het aanrijden wordt de toplaag opengebroken en kan zuurstof indringen.

Nadat de nieuwe grassnede is ingekuild zal het gehele conserveringsproces opnieuw plaatsvinden. Dit geldt voor de nieuwe laag, maar ook voor de lagen daaronder. Zorg ervoor dat ook voor deze grassnede de kuil zo min mogelijk zuurstof bevat en dat melkzuurbacteriën zo snel mogelijk hun werk kunnen doen.

Openen van de kuil

Na enkele maanden zal de graskuil worden geopend om de koeien ermee te voeren. Ook deze opening biedt een mogelijkheid voor zuurstof om in de kuil te dringen. Hoe vaster hier de kuil is aangereden, hoe minder kans zuurstof heeft. Echter, is dit natuurlijk een theoretische opmerking en zal er altijd een ‘zwakke’ plek zijn. Door ervoor te zorgen dat deze zwakke plekken zo min mogelijk invloed kunnen hebben op de kuilkwaliteit, zal de voersnelheid gelijk op moeten gaan met verwijderen van het landbouwplastic. Trek daarom nooit de kuil te ver open.

Ziet de kuil er niet goed uit en ligt broei op de loer in het snijvlak, dan kan het toedienen van zuren een oplossing zijn. Zeker met warme dagen zal het ruwvoer snel opwarmen. De pH zal stijgen en krijgen de slechte bacteriën de overhand. Door zuren te ‘sprayen’ tegen het snijvlak wordt de vorming van schimmels en gisten vertraagd en zal de gewenste pH-waarde worden behouden.