Welk maisras kies jij?
Het juiste maisras kiezen begint bij één belangrijke vraag: wat wil je met de mais bereiken? Wil je vooral een hoog zetmeelgehalte met een goede beschikbaarheid, ga je voor een hoge drogestofopbrengst per hectare of zet je juist in op een goede verteerbaarheid in combinatie met een vroeg te oogsten ras? Wat je doel ook is; je keuze in maisras is hierin cruciaal.
Maar waar moet je nu precies op letten en hoe weet je welke soort mais voor jou het meeste geschikt is? Wij helpen je de juiste keuze te maken!
Welke soorten mais zijn er?
Om te zorgen dat je het juiste ras kiest is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de diverse soorten maisrassen. Sommige maisrassen zijn namelijk voornamelijk gericht op een goede verteerbaarheid van de gehele plant, terwijl andere rassen uitblinken in het zetmeel in de kolf. Kijk daarom goed naar hoe je de mais wilt verwerken en uiteindelijk wil voeren, want ieder voertype heeft zijn eigen specialiteiten:
Snijmais
Snijmais is het meest voorkomende type maisruwvoer in Nederland. Bij snijmais wordt zowel de kolf, het blad als de stengel van de plan gebruikt en ingekuild. Hierdoor ontstaat een ruwvoer wat rijk is aan zetmeel (energie), maar wat ook structuur en een goede verteerbaarheid met zich meebrengt. Snijmais wordt voornamelijk gebruikt als energiebron voor rundvee (zowel melkvee als vleesvee) en kleine herkauwers zoals melkgeiten en melkschapen, maar wordt ook wel voor varkens gebruikt.
MKS
Bij Maiskolvensilage (ook wel maiskolvenschroot genoemd) wordt alleen de kolf met spil en schutbladen geoogst en blijft de rest van de plant op het land achter. Doordat MKS dus in verhouding meer korrels bevat, bevat het minder structuur dan snijmais. MKS heeft het een hoger zetmeelgehalte en is hierdoor erg energierijk. Dit maakt MKS een krachtvoer dat goed als aanvulling van ruwvoer kan dienen.
CCM
Bij Corn Cob Mix, ofwel CCM wordt alleen de maiskorrel en en klein gedeelte van de spil geoogst en ingekuild. Doordat het grootste gedeelte uit korrels bestaat, bevat CCM een erg hoog aandeel aan zetmeel en is het in te zetten als een zeer energierijk krachtvoer. De maiskorrels worden -in tegenstelling tot bij MKS- fijngemalen en zijn hierdoor zeer geconcentreerd met weinig structuur. De passagesnelheid is hierdoor hoger dan bij MKS, maar de energiewaarde (VEM) ligt wel hoger.
Droge korrelmais
Droge korrelmais is de meest zetmeelrijke variant onder de soorten mais. Bij droge korrelmais worden uitsluitend de maiskorrel (zonder kolf of spil) geoogst, met als doel om volledig zetmeel te oogsten als krachtvoer. De droge korrels worden vervolgens vaak kunstmatig gedroogd en worden voornamelijk in veevoeders verwerkt.
Welke eigenschappen van een maisras zijn voor jou belangrijk?
Binnen maisrassen kunnen behoorlijke verschillen bestaan in eigenschappen. Waar het ene ras een hoge plantverteerbaarheid en hoge ziekteresistentie heeft, blinkt het andere ras juist uit in zetmeelgehalte of energiewaarde. Daarnaast zijn sommige rassen beter geschikt voor koude en vochtige percelen dan andere soorten.
De meest voorkomende eigenschappen zijn dan ook:
- Drogestofopbrengst
- Zetmeelgehalte
- VEM per kg droge stof
- Verteerbaarheid
- Stevigheid
- Ziekteresistentie
- Vroegheid
Zorg daarom ook dat je je goed inleest in de eigenschappen van een maisras en bekijk hierbij onafhankelijke vergelijkingen, zoals de Nederlandse Aanbevelende Rassenlijst van CSAR.
Wat is je teeltdoel?
Weet je de eigenschappen van de maisrassen, dan is het belangrijk om deze naast je belangrijkste teeltdoel te houden. Zet je in op een hoge drogestofopbrengst of zet je liever in op oogstzekerheid met een goede droogtetolerantie?
Doel: Veel zetmeel en energie
Heb je behoefte aan zetmeel en energie in je ruwvoer? Kies dan een ras met een goede VEM-waarde, een hoog zetmeelpotentieel en een goede verteerbaarheid. Kijk ook naar de rest van het rantsoen en vergelijk met de waardes van je andere voer (bijvoorbeeld je graskuil). Als er al veel zetmeel wordt gevoerd, kan een andere balans juist aan te raden zijn.
Doel: Maximale tonnen drogestof
Heb je juist minder behoefte aan zetmeel, maar meer aan opbrengsten in drogestof? Kies dan voor een ras met een hogere drogestofopbrengst. Vergeet echter niet binnen dezelfde vroegheidsgroep te vergelijken! Een ras wat goed produceert kan ook laat afrijpend zijn, hoewel dat niet automatisch bij je perceel of gewenste oogstdatum kan passen.
Doel: Vroege oogst als veilige marge
Wil je zeker weten dat je op tijd kunt oogsten en aan alle verplichtingen kunt voldoen, en wil je gewoon een goede balans tussen energie en drogestofopbrengsten? Dan is het raadzaam om te kijken naar een ultravroeg ras met een goede balans. Zo krijg je meer ruimte voor het gewenste oogstmoment én ruimte voor het tijdig inzaaien van een vanggewas.
Doel: Oogstzekerheid
Zoek je een goede balans in eigenschappen, maar wil je vooral de zekerheid op een kwalitatieve oogst? Dan kun je het beste specifiek kijken naar de landbouwkundige eigenschappen van het maisras. Een goede stevigheid, resistentie tegen builenbrand of zomerlegering of een hoge droogtetolerantie kunnen de kans van slagen op je oogst aanzienlijk verhogen, vooral bij tegenvallende voorgaande jaren.
Welke oogstdatum hanteer jij?
Als je je voertype hebt bepaald en weet welke eigenschappen het gewenste ras moet hebben, is het cruciaal om te kijken naar je gewenste oogstdatum. Maisrassen zijn namelijk opgedeeld in vroegheidsklasses, waarbij je kunt kiezen voor een ultravroege oogst (100-dagen mais) of voor een late oogst (wanneer de mais volledig droog en afgerijpt moet zijn).
Hoe de vroegheid wordt weergegeven in mais kun je zien aan de hand van het FAO getal:
FAO getal
Wil jij bijvoorbeeld je mais vóór 1 oktober gehakseld hebben, dan is het wijs om te kiezen voor een ultravroeg ras zodat je een grotere kans hebt op goed afgerijpte mais. Wil je juist een lang groeiseizoen en zit je niet per se vast aan een bepaalde oogstdatum? Dan kan een middenlaat tot laat ras een praktischere keuze zijn.
Grondtype
Om tot slot een keuze te kunnen maken voor een maisras is het belangrijk om naar de grondsoort te kijken. Op koude, natte gronden komt de bodemtemperatuur vaak later op gang, terwijl op droogtegevoelige zandgronden de vochtvoorziening tijdens de zomer een beperkende factor kan zijn. Voor zowel het inzaaien als de rest van het groeiseizoen kan dit dus aanzienlijk verschil maken. Een ras dat bijvoorbeeld uitstekend presteert op zandgrond, hoeft niet automatisch dezelfde resultaten te geven op zware kleigrond of veen. Bekijk dus goed wat bij jouw grondsoort past.
Zandgrond
Zand warmt relatief snel op, waardoor vroeg zaaien vaak mogelijk is. Het belangrijkste risico is droogte tijdens kieming, bloei en korrelvulling. De vochtvoorziening is hierbij bepalend. Kies daarom bij voorkeur een ras met goede droogtetolerantie en een passende vroegheid en zorg ervoor dat er in vochtige ondergrond ingezaaid wordt. Houd ook rekening met een lagere plantdichtheid op droogtegevoelige percelen.
Kleigrond
Kleigrond warmt vaak trager op en is gevoeliger voor verslibbing en verdichting wanneer de grond te nat wordt bewerkt. Structuur en temperatuur zijn daarom leidend voor je maisraskeuze. Op zware, koude klei zijn rassen met een goede beginontwikkeling en een vroege tot middenvroege afrijping daarom zeer aantrekkelijk voor een goed gewas.
Lössgrond
Löss kan bij een goede structuur en voldoende vocht een hoog opbrengstpotentieel bieden. Tegelijkertijd kan de grond gevoelig zijn voor verslemping en erosie. Op goed vochthoudende percelen kan een wat hogere plantdichtheid passend zijn. Houd rekening in je rassenkeuze met erosiepreventie zodat je het beste het opbrengstpotentieel kan benutten.
Veengrond
Veengrond is vaak relatief koud en nat in het voorjaar. De draagkracht van de grond en het risico op structuurschade zijn daarom belangrijke aandachtspunten wanneer je in wilt gaan zaaien. Kies dan ook een vroeg ras met een vlotte beginontwikkeling. Zaai pas wanneer de grond voldoende op temperatuur en berijdbaar is en zorg voor een gematigde plantdichtheid. Dit gaat onderlinge concurrentie tegen en vermindert het risico op een onregelmatig (golvend) gewas.
Kortom;
Iedere grondsoort en iedere veehouder heeft zijn eigen voorkeur wat een maisras betreft.
Dus of je nu kiest voor een maisras dat zeer droogtebestendig is op zand, of juist een middenvroeg ras voor op kleigrond; de juist passende keuze zorgt voor een optimale opbrengst. Welk maisras kies jij dan ook dit jaar?
Praktijktip!
Heb je een maisras gekozen? Bekijk dan ook eens welke ontsmettingen er mogelijk zijn om de groei nog beter te laten verlopen. Door maiszaden al vanaf het begin te beschermen met een ontsmetting, wordt de kans op bijvoorbeeld schimmels, ritnaalden en vogelvraat geminimaliseerd.
De volgende opties zijn bij ons beschikbaar:
Standaard ontsmet: beschermt tegen kiem- en bodemschimmels
Korit: beschermt tegen vogelvraat
Force: beschermt tegen ritnaalden
Korit + Force: beschermt tegen vogelvraat en ritnaalden
Lumiposa: beschermt tegen ritnaalden en vogelvraat en is verkrijgbaar op enkele LG en Pioneerrassen.